Niets mee gedaan, een paar weken lang.
Op een ochtend kom ik beneden en vind op de vloer een snoepje uit de pot.
Doortje mag soms naar beneden om tv te kijken als ze erg vroeg wakker is. Zo
ook vandaag.
Het snoepje opgeruimd besluit ik er niets over te zeggen.
Aan het einde van de dag als we keuvelend zitten te eten vertel ik Doortje
dat er iets heel raars is gebeurd.
Ik vertel dat ik het vermoeden heb dat Lotje onze poes snoep gepikt heeft
uit de pot. Doortjes kin zakt wat naar beneden. ‘Ze heeft ook snoep op de grond
laten vallen’ dik ik het vermoeden aan. ‘Erg hé?’ doe ik er nog een schepje
bovenop als Doortje niets zegt.
Doortje’s kin is nu tot op haar borst gezakt en ze schudt zachtjes haar
hoofd. ‘Het was Lotje niet’ fluistert ze. ‘Heb jij snoep gepikt’ vraag ik
overbodig en zogenaamd stomverbaasd. Heftig ja geschud met haar hoofd. En
hoeveel dan? wil ik ook nog weten. Nog steeds met haar kin op d’r borst steekt
ze nu één vinger op. Als ik vraag om een bevestiging van die ene vinger worden
het er twee.
Inmiddels ben ik blij dat ze niet op durft te kijken want ik moet moeite
doen om niet te gaan lachen. Hoe gemeen van mij.
Zij in haar schande.
Uiteindelijk laat ze vier vingers zien.
Als ze bij me op schoot zit vertel ik nog eens over liegen en vertrouwen.
Hoe slecht dat bij elkaar past. Hoe naar we ons er door gaan voelen. We
bedenken samen wat de oplossing is voor haar honger als ze alleen beneden is.
Opgelucht laat Doortje me weten dat ze de volgende morgen zelf een ontbijtkoek
gaat smeren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten