zondag 6 april 2014

nieuwsgierig


Doortje en ik fietsen naar haar school. Het is maar 1 kilometer dus net zo vaak fietst ze zelf of zit ze achterop bij me.
Sinds kort hebben we een fan. Het is een meisje van een jaar of 9 die Doortje kent van de overblijf.  Elza doet steeds moeite om met ons mee te kunnen fietsen. Ze roept vanuit het fietsenhok of vanaf het plein dat we moeten wachten omdat ze er aan komt. Doortje is van Elza gecharmeerd merk ik. De grote meiden verwennen de kleintjes vaak met geknoopte of gehaakte haarlintjes op de overblijf.
Het is een gezellige kletskous die Elza. Ze verteld af en toe over haar eigen leven, vaker vraagt ze naar Doortjes leven.
Per mee-fiets-rit stelt Elza een vraag of een variant op dezelfde vraag. ‘Ben je weer met je oma naar school Doortje?’. Wanneer ze met haar mama naar school komt, of ze weer bij oma logeert, waar haar mama is en ga zo maar door. Doortje negeert de vragen. Soms zegt ze alleen ja of nee. Soms geeft Doortje een wedervraag ter antwoord. Ik laat ze. Wekenlang fietst Elza mee met ons.
Voorzichtig balancerend naast elkaar op het fietspad.
Zonder ook maar iets van naars gemerkt te hebben aan Doortje vraag ik op een moment toch aan haar hoe het werkt.
Of ze het niet lastig vindt dat Elza maar blijft vragen over haar leven. (Er zullen wel meer kinderen zijn om Doortje heen die meer willen weten over haar maar daar merk je meestal als ‘ouder’ weinig van.) Nee hoor dat is niet lastig volgens Doortje.
Dan vraag ik of ze weet wat ze zou kunnen zeggen.
Ik stel voor dat we kunnen oefenen wat ze zou kunnen zeggen.  
Een beetje toneel; ‘en dan ben jij….. en dan ben ik…..’
Dat ging prima en vervolgens vroeg Elza lekker verder, zonder verlossing.
Een paar weken later kreeg Elza eindelijk wat ze wilde.
Kort maar krachtig, elke vraag een antwoord.
·        Doortje wóónt bij haar oma.
·        Nee; haar moeder woont ergens anders.
·        Omdat haar mama niet altijd voor Doortje kan zorgen.
·        Omdat haar mama dat moeilijk vindt.
Ongevraagd vulde Doortje aan; dat ze iedere maand een weekend bij haar mama logeert en…….dat elke dinsdag mama bij haar komt.

Elza fietst tegenwoordig minder vaak met ons mee.

 

 

 

gepikt

Soms heb ik een bedenking die ik meteen blok vanwege zijn lelijke aard. Zo’n flits moment door je hoofd. Gezond verstand, intuïtie, wanneer ik welke toepas is inconsequent. Sinds de verjaardag van Doortje had ik een keer gedacht dat het nivo van de snoeppot niet evenredig daalde aan de  snoepmomenten in de middag.
Niets mee gedaan, een paar weken lang.
Op een ochtend kom ik beneden en vind op de vloer een snoepje uit de pot. Doortje mag soms naar beneden om tv te kijken als ze erg vroeg wakker is. Zo ook vandaag.
Het snoepje opgeruimd besluit ik er niets over te zeggen.
Aan het einde van de dag als we keuvelend zitten te eten vertel ik Doortje dat er iets heel raars is gebeurd.
Ik vertel dat ik het vermoeden heb dat Lotje onze poes snoep gepikt heeft uit de pot. Doortjes kin zakt wat naar beneden. ‘Ze heeft ook snoep op de grond laten vallen’ dik ik het vermoeden aan. ‘Erg hé?’ doe ik er nog een schepje bovenop als Doortje niets zegt. 
Doortje’s kin is nu tot op haar borst gezakt en ze schudt zachtjes haar hoofd. ‘Het was Lotje niet’ fluistert ze. ‘Heb jij snoep gepikt’ vraag ik overbodig en zogenaamd stomverbaasd. Heftig ja geschud met haar hoofd. En hoeveel dan? wil ik ook nog weten. Nog steeds met haar kin op d’r borst steekt ze nu één vinger op. Als ik vraag om een bevestiging van die ene vinger worden het er twee.
Inmiddels ben ik blij dat ze niet op durft te kijken want ik moet moeite doen om niet te gaan lachen. Hoe gemeen van mij.
Zij in haar schande.
Uiteindelijk laat ze vier vingers zien.
Als ze bij me op schoot zit vertel ik nog eens over liegen en vertrouwen. Hoe slecht dat bij elkaar past. Hoe naar we ons er door gaan voelen. We bedenken samen wat de oplossing is voor haar honger als ze alleen beneden is. Opgelucht laat Doortje me weten dat ze de volgende morgen zelf een ontbijtkoek gaat smeren.